Rijk met tijd

Tijdmonster

Hoe we omgaan met tijd is een weerbarstig veelkoppig monster in het onderwijs. Ver daarbuiten trouwens ook. Werkdruk is al jaren de grootste afknapper voor leraren. Studiedruk is een groeiend probleem bij leerlingen en studenten. Tijdsdruk geeft stress en is een aanslag op mentaal welzijn. We hebben het steeds drukker, worden daar steeds ongelukkiger van, en dat gebeurt op steeds jongere leeftijd.

Velen doen al jaren verwoede pogingen om het tijdmonster te temmen. Verreweg de meeste pogingen gaan uit van een objectieve of subjectieve notie van tijd. Objectieve tijd is kloktijd: de tijd die meetbaar is in minuten, uren, weken en maanden. Door die bril komen oplossingen in beeld zoals minder lesuren voor startende leraren, minder lesuren voor leerlingen of minder contacturen voor studenten. Dit perspectief op tijd ontaardt nogal eens in oeverloze discussies. Over taakbeleid bijvoorbeeld. Het richt de aandacht op vragen als: vraagt het mentoraat van een eerstejaars student even veel tijd als de begeleiding van een afstuderende student? Vraagt een herziening van het curriculum alleen in het eerste jaar meer voorbereidingstijd of ook in het jaar daarna, en hoeveel dan? Soortgelijke discussies zijn er over studiebelasting. Hoe moeilijk is een tekst: vraagt het van een gemiddelde student acht of vijf bladzijden per uur? Reken je voorbereiding op een hoorcollege nog mee als de ervaring al jaren leert dat het gros van de studenten daar nul minuten tijd aan besteedt? Enzovoorts en zo verder.

In de andere prominente notie is tijd subjectief; dan draait het om ervaren werkdruk en studiedruk. Anders dan bij kloktijd is tijd dan niet gestandaardiseerd, maar juist voor iedereen verschillend. Voor het ervaren van tijdsdruk maakt het veel uit of je invloed uit kunt oefenen op wat je doet en vooral wanneer. Zo bekeken is meer greep krijgen op je agenda een goede oplossingsrichting. Bijvoorbeeld door als team taken te verdelen en te rouleren, zodat iedereen zoveel mogelijk de dingen doet waar h/zij goed in is en binnen een team een gedeeld beeld van evenredige, of zelfs rechtvaardige, spreiding van belasting ontstaat. Het beleid van de werkdrukmiddelen - waarbij lerarenteams zélf bepalen hoe ze middelen benutten - berust op deze subjectieve notie van tijd. Het is ook een van de overwegingen bij het verder flexibiliseren van het onderwijs. Als studenten meer mogelijkheden hebben om zelf te bepalen wanneer ze welke onderdelen volgen - en soms ook in welk tempo - hoe beter het is voor studeerbaarheid en welzijn van studenten. Zo is de gedachte.

Noties van tijd blijven niet bij abstracties, ze vinden op allerlei manieren hun weg naar ons dagelijks leven. Een goed voorbeeld is de manier waarop het credo ‘tijd is geld’ hoogtij viert in onze hedendaagse aandachtseconomie. Dat credo is de levensader van sociale media, die ieder moment ‘verversen’. Zo is er áltijd een update, áltijd iets nieuws. En zo is er ook áltijd de angst om iets te missen. 

Het huidige onderwijs is doordrenkt met het denken in termen van kloktijd. Dat manifesteert zich niet alleen in lesroosters; dat blijkt ook uit wet- en regelgeving, inspectie- en accreditatie-kaders waarin kloktijd wordt gezien als voorwaarde voor, en soms zelfs als indicator van kwaliteit. Hoe we over tijd denken is ook vervlochten in de manier waarop we het onderwijs organiseren en zo geeft het verborgen curriculum ook boodschappen over tijd. De les eindigt als de bel gaat, of als de wijzers van de klok zeggen dat het nu wel weer mooi geweest is. Roosters zijn opgedeeld in lesuren, semesters en toetsweken. Behalve dat dit een boodschap uitdraagt dat tijd zich het best laat opdelen in kleine stukjes, maakt het efficiënt leren tot heilige graal. Door hoe we het onderwijs organiseren, leren we leerlingen en studenten hun tijd van toets naar toets en van deadline naar deadline zo efficiënt mogelijk te ‘managen’. Ergens helemaal in opgaan en de tijd vergeten is – kennelijk – onbelangrijk, want daar maken we geen ruimte voor.

De bekende oplossingen voor het tijdmonster helpen soms een beetje. Het loont heus de moeite om kritisch te kijken naar de activiteiten die iemand binnen een bepaald tijdsbestek geacht wordt te doen. En het is ook echt verstandig om niet langer te doen alsof studenten in het mbo- en hoger onderwijs fulltime studeren terwijl de grote meerderheid ook werkt.

Toch blijft het knellen. Tot nu toe leiden oplossingen zelden tot echte verbetering, laat staan doorbraken. De hardnekkigheid van het tijdmonster roept een andere vraag op: zit ons denken gevangen in noties van objectieve en subjectieve tijd? Is er geen ánder perspectief op het fenomeen tijd; eentje die kan inspireren tot andere oplossingen?

‘Rijk met tijd’

In psychologisch onderzoek naar stress, burn-out, welzijn en geluk, is de notie van ‘time affluence’ in opkomst. Rijk met tijd is het gevoel dat je genoeg tijd hebt om de dingen te doen die het meest belangrijk voor je zijn. In westerse landen worden mensen gelukkiger van ‘rijk met tijd’ dan van ‘rijk met materie’ zoals geld en spullen. Dat geldt, uiteraard, vooral voor mensen boven een zeker bestaansminimum. De notie van rijk met tijd begint bij de vraag wat van waarde is, wat er echt toe doet. De opgave is vervolgens om daar voldoende gelegenheid voor te creëren. 

De gedachte van rijk met tijd krijgt ook tractie in het denken over duurzaamheid. Omdat het een alternatief schetst voor een streven naar steeds meer ‘geld en spullen’. En omdat de vraag naar wat van waarde is zich niet beperkt tot jezelf, maar al snel gaat over impact op anderen en de aarde.

Rijk met tijd gaat niet over kloktijd en ook niet over het al dan niet ervaren van tijdsdruk; het gaat om het creëren van gelegenheden. Bijvoorbeeld: je ontmoet iemand die je dierbaar is en laat niet de kloktijd leidend zijn, maar de ontmoeting zelf. Als je ergens over in gesprek raakt duurt de ontmoeting langer, ben je weer bijgepraat of even uitgepraat dan duurt het korter. Rijk met tijd betekent dat je het je kunt veroorloven om te laten gebeuren wat zich voordoet. De ontmoeting is leidend, de tijdsduur een afgeleide. 

Hoe zou onderwijs eruitzien als we het ontwerpen op basis van de notie rijk met tijd? Wat als we onderwijs organiseren als een serie gelegenheden voor wat écht belangrijk is?

Zodat leraren het zich kunnen veroorloven hun vakmanschap in te zetten om in te spelen op wat zich voordoet. Zodat het leerlingen en studenten gegund is een diep en doorleefd begrip van een concept of een thema te verkrijgen. Zodat onderwijs volop gelegenheid biedt aan echte interactie en betrokkenheid. Dit perspectief op tijd is in ieder geval aanleiding om andere vragen te stellen om het tijdmonster tot bedaren te brengen. Welke inhoud is écht belangrijk voor leerlingen en studenten? Welke leeractiviteiten dragen bij aan echt begrip bij leerlingen en studenten? En hoe creëren we daar dan ook daadwerkelijk volop de gelegenheid voor? Hoe heilzaam zou het zijn als jonge mensen én hun leraren, als tegenwicht voor een wereld die zichzelf steeds sneller voorbij rent, juist in het onderwijs rijkdom in tijd ervaren.

Waslander, S. (2026). Rijk met tijd. DNMOnline, juni 2026. Rubriek Beleid Bestuur Beschouwing.